Schieten

Uit aloude gildenkaarten blijkt, dat het houden van schietwedstrijden een wezenlijk onderdeel vormt van de gildenactiviteiten. De schietsport kon populair zijn, omdat zeker in de 17e eeuw nagenoeg in ieder huis een geweer voorhanden was ter verdediging van have en goed.
Het schieten op de houten pol of klos die in de schutsboom was bevestigd werd vroeger door het gilde en ook wel door andere dorpsbewoners beoefend. Daarnaast kende men onderlinge schietwedstrijden tussen de gilden.
De belangrijkste wedstrijd was die van het koningschieten. Vroeger en nu gebeurde dit koningschieten met groot kaliber geweren.
Nu wordt bij vrijwel alle schietevenementen met klein kaliber geweren (6mm) geschoten op de wip of op de ‘puist’ (klos of pol). Tegenwoordig hebben nog maar enkele gildenbroeders een eigen wapen.

De standaard kogel op ware grootte.

De wip (links) en de puist (rechts).
Naast de geweren bezit het gilde enkele kruisbogen.
Zowel met het geweer als de kruisboog wordt ook op de wip geschoten.
Een wip is een rond ijzeren plaatje dat boven op een stalen mast ligt en dat er met de kogel of de pijl wordt afgeschoten (gewipt).
|